Art-en-France

L'art et l'art de vivre

   

Zelfs kevers hebben het nu koud.
Er sterven er, hoeveel?
In de mansarden, onder daken, waar de wind giert door achterstallig onderhoud.  Hier, in de rue Legendre, in het slechte deel.  Meer noordwaarts, loop ik maar.  Hier rond het Parc Monceau is van die grimmigheid niets meer te merken.  Damp slaat van mijn vin chaud.  Chez Serge.

 

 

 

 

 

 

 

Ze snijden de plakjes
in zuinige bakjes.  Met dipsaus erbij.  Waarvan ze dan hopen dat wij erin dopen.  De folie ligt klaar.  Voor de restjes

 

 

 

 

 

 

 

Hoewel het baguette is en blijft, en nooit baquette, inderdaad,
mag je inmiddels tegen het stokje kruidenboter, wat geen hond hier eet, ook baquette zeggen, als je het probeert te bestellen.  De ober begrijpt er dan net zoveel van, namelijk niks!   Net als de entrekoo, wat entrekoot moet zijn, fonetisch dan.  Wie echt 'nederlands'  frans wil eten, haalt een heerlijke flute Gana (extra knapperig stokbrood)
en smeert hier Boursin op, uit NL meegenomen.  En drinkt er een heerlijk glaasje rood bij.  Uit zo'n vierkanten plastic fles, best lekkere wijn overigens.   Ook in miniflesjes te koop.  'Voor mee te koken'.

 

 

 

 

 

 

Dehillerin, inderdaad een topzaak.  In de directe omgeving heb je nog 3 winkels voor koks.
Maar ik vraag me wel af of ze die yoghurtschrapers hebben.  Ik zal er weer eens heengaan, wie weet slaag ik.  Wel oppassen als je in de zaak ernaast Pieds de Porc bestelt.  Niet iedereen is hier gek op. Dampende Choucroute, met een parelend glas pils. Dat is weer wel een slag die je hier moet slaan. Worst en spek uit de Elzas. En laat die koele pils niet te lang staan!

 

 

 

 

 

 

Je vergeet het ieder jaar.  Hoe stil het wordt in augustus.  Bijna gloeit de straat al, er is nu nog schaduw.  Op weg naar de bakker, die gesloten blijkt.  Congé annuel.  Nu gloeit de straat.  En ik heb tijd.

 

 

Hij gromt, de Twingo.  Hij hoest, net als de bestuurder.  Die Gauloise rookt, met filter weliswaar.  Verschoten bekleding.  Gekoesterde auto.  Slordig geparkeerd.

 

 

 

 

Druk, maar gezellig, het varende zwembad in de Seine.  Een minder bekend, groot, rustig bad, ligt achter het gemeentehuis van St.Ouen.  Met de metro 13 ben je er zo.  Zwemkleding in de handdoek rollen.  Achterop de fiets.Plakje ontbijtkoek en boterhammen mee in een papieren zakje.  En wat zakgeld voor een consumptie!  Want op de terugweg even ergens aan een zinc een eitje tikken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Heerlijk ze zijn weer voorbij.  De prettige dagen.  In Parijs wordt dagelijks licht en lekker gegeten.  Worstjes uit de Auvergne, pommes de terre.  Waarom in hemelsnaam die ellendige kerstmaand. 
Gedwongen huisbezoek, zitten, zitten, zitten.  Het wordt weer lente! We doen weer normaal.

 

 

 

 

 

 

Ik was vandaag vertrokken, met jouw tas.  Toen kwam de regen.  Mijn 106 reed door; Gent, Lille, La Chapelle.  Bijna heb je hem nu terug, je tas, die je vergeten was.  Maar waar moet ik parkeren?
Bijna vieren we het, bij de Thai.  Maar eerst nog keren, getoeter, gezoek.

 

 

 

 

 

 

Je bent er bijna, Parc Monceau.
Volg de rue des Dames.  Kijk eerst nog even rond in Monoprix rue Levis. 
Misschien vind je nog iets
Voor de zomer, straks al weer.

 

 

 

 

 

Langs nog eens twee gordijnen.
Vensterbanken in oud grijs.

Toch harde zon, oktober, opeens weer licht.  Licht schittert in een goot met regenwater.  Herfst in Parijs.

 

 

 

 

 

 

Loop maar, langs de muren.  Hoor hoe je leren schoenzool kraakt.  Omdat het koud wordt nu, ook op de cimetieres.  De ruige kater zoekt vannacht een plekje om te slapen.

Poulbot à Paris

 

 

Poulbot, een schim die zich door Parijs verplaatst.  Niemand kent hem, niemand ziet hem.  Maar hij ziet Parijs, haar kleurrijke inwoners, haar eeuwige schoonheid, haar verborgen kanten, en pakt zijn pen.

 

 

 

 

 

 

Eerst nog zoek je de richting.  Net boven, het getik van de hakken in je rug.  De metro gaat over in straat, avenue, boulevard.  De lente fluistert, dit is Parijs, dit wordt de nieuwe zomer, straks.  Volgt zij jou, of gaat ze naar haar winkel, of kantoor?  En heeft ze die schoenen net gekocht?
Les halles aux chaussures bijvoorbeeld, Avenue de Clichy. 
Hallo chaussures, hallo printemps.  Paris je t’aime

 

 

 

 

Een kruispunt.  Waar espresso sist(FAEMA?).  Getoeter en getetter.  Rue Ordener/Rue Championnet, net om de hoek.  De tegels zijn te glad gepoetst vanmorgen.  De dikke oude dame valt.  Geschreeuw en weer theater, weer lawaai.  Toch weet je dat haar iemand nog zal troosten.  Hij komt er al aan, die neger die hier oplet, die hier staat, met zijn badge.

 

 

 

 

Het blijft hier koud.  Op het cimetiere de Montmartre hebben de zwerfkatten honger.  Er is nu ook een man die ze wat brengt.  De plastic bakjes brokjes, in pastelkleuren en de handdoeken, 'voor op te liggen' in de huisjes bij de graven.  Ze worden in dank aanvaard.  Straks, boven, krijgt die oude man vast ook wat lekkers, en een warm bed, met schone lakens.

 

 

 

 

 

O, hoogtes van rivieren.  Een sluisdeur knarste, roestig.  Op deze eerste lentedag in maart.  Quai de Jemappes.  Of piepte daar een vogel?  In de dagen van Maigret lagen hier aken, spitsen om precies te zijn.  De  Franse sluismaat,  5.05, ze konden er net door.  Langs de grauwe kade, verdween je haast in barretjes, in kelders.   Onguur maar toch vertrouwd.  Nu vind je er terrassen, parkjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Binnenplaatsje, achter.  Kanaries, stemmen.  Heel ver weg het grommen van een motor.  Die de stad waarschijnlijk gaat verlaten.  Augustus is nog niet voorbij.  Parijs is stil nog.  Een mus is even bezig met een kruimel.

 

 

 

 

 

 

Raven zijn het niet.  Maar in de winterzon, met hun gekras, en met hun aantal, maakten ze toch indruk.  Als je huivert maar toch al iets van de lente voelt.  Hier op Montmartre.  Hier was het: cimetiere St Vincent.  Sneeuw en zon, soms tegelijk. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Place Jacques Froment.  Er staat maar één gerecht op de ardoise.  Er ligt een herdershond te snurken, bij goed weer buiten.  Anders binnen, onder jouw tafeltje.  Op dit pleintje, in deze bistro sterft de Franse keuken.  Langzaam, de knorrige oma gaat nog door, ze stopt nog niet.  En ergens achter sjokt haar man, hij rommelt wat met kratten.  Au Rond Point. Ik eet er een steak, zo'n lapje, met frites en rode wijn.  De hond hoeft niets, hij zucht en slaapt. De Beaujolais is koud. Zo moet het.

 

 

 

 

 

 

 

Hiervoor kun je wellicht beter naar Londen.  Maar in de Hippo restaurants(place de Clichy bijvoorbeeld), hebben ze de wel de 400 grams Argentijnse steaks.   op zich sappig, sissend gebraden, met frites, natuurlijk.  In de zomerhitte bevelen wij eerder aan: Je gaat na 10 uur nog even naar een brasserie.   een koele pils, op straat, of bij het raampje, binnen.  de ober wiste net de tafel schoon.  Er ligt nog net een koude druppel water, aan de rand.

 

 

 

 

 

 

Het is 15 oktober.  De Parijzenaars trekken een jas aan.  Ongezien, ongeacht het weer, allemaal, niet eerder en niet later.  Zo is het simpel, duidelijk, twee weken na het einde van alle vakanties.  Niet dat gespreide gedoe, dat zenuwachtig checken van het weerbericht
Iedereen gelijktijdig met vakantie, allemaal tegelijk de jas aan.  Alle kinderen braaf weer naar school.  Soms is het best gezellig zo
Bij de (altijd) openbare scholen hangt zelfs het menu voor de hele week!
Geen captain Iglo, soms een steck, en soms rognons, en altijd groente.

 

 

 

 

 

 

 

Een soort goud, de zon in deze nazomer.  Bij la Chapelle.  Het staal van de metro dreunt weer.
Dondert door, Parijse zomer, wordt maar herfst, kom maar.  Rue Cail is net iets verder.  Limoenen geuren.  Ponda Cherri, mijn wijkje van Ceylon.  Hier wordt de zomer nog gerekt.  Maar metro, donder door, de regens komen.

 

 

 

 

 

 

 

Ze MOETEN ze hebben, de Parijzenaars
en daarom krijg je ze zo vers.  Moet jij nog wat hebben? Een bak pleur, met een gevulde koek?  Parijzenaars hebben hun pleur al op, om deze tijd. Ze gaan op zoek naar oesters. 
Mascotte, rue des Abbesses, Wepler, Place de Clichy.  Rauw, juist nu op straat, met een glas koude witte wijn.

 


 

Foto's Martha Hamnache

 

 

Terug naar menu

Hier in Parijs wordt boerenkool wel gegeten.  Chou frisé moet je om vragen.  Uien, wortelen en boerenkool even stoven in olijfolie.  Dan bouillon, zout, peper en een bouquet garni erbij.  Verder garen. 
Hier geven ze aardappels bij.  Het 'stampen' kennen ze hier niet.  Zoals ze hier ook geen flessenlikkers kennen voor de yoghurt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Baguette in dunne plakjes.  Dat zie je hier ook niet.  Iedereen scheurt stukjes af.  Van middelgrote hompen.

 

 

 

 

 

In Parijs is het inmiddels toch een beetje lente.  Eens zien of er nog koteletjes liggen.  Bij Omar.

 

 

 

 

 

 

Mansarden.  Nu erg heet, beklemmend warm.  Gelukkig waait de wind op deze hoogte 'door'.  Het zink bedekt het oude hout.

 

 

 

 

 

 

Er is nog een wijnbar open.  Kom maar dan, aan de zinc, bij de Caboulot.  Het is goed zo, we begraven de strijdbijl.

 

 

 

 

 

 

De prijs voor het beste stokbrood is weer uitgereikt.  Een kleine bakkerij in de rue Damremont.  Iets verder in deze straat zit een kaaswinkel.  Die kreeg een paar jaar geleden ook een hoofdprijs.  Nu enkel nog een lekker glas Beaujolais erbij.  En plof maar ergens neer in een van de vele kroegjes hier.  Het 18e arrondissement heeft veel te bieden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Routine, elke dag weer naar je werk.  De metro, de zaak en dan (al gauw) naar bed.  Heerlijk snurken, best lekker, je zoemt naar weer een dag.  Maar nu dan, eindelijk, mag het zomer worden.  Met juni komt eerst nog de regen
Maar op het terras, van cafe des sports, krast de ober al weer met de tafeltjes.  De zon steekt door de regen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Iedereen kent de Tati Barbes.  Dringen, snel een superkoopje scoren, douwen.  Maar er is er ook een aan de Avenue de Clichy.  Bij Metro La Fourche om de hoek.  Net zoveel koopjes.  Maar veel rustiger.  Na afloop een cafe au lait bij La Fourche.

 

 

 

 

 

Nu missen ze hun land nog niet.  De Portugezen.  Maar straks, als het februari is.  Geen kerst meer, en nog geen april.  En zelfs de Batignollen, grijs van mist en kou.  Doorslenterbaar maar saai zijn.  Dan wordt gehuiverd in de Portugese bars.  Gezwegen bij een 'petit rouge'.  Nog even en het is weer maart, hou vol.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is weer de tijd voor de regen.  Binnen blijven.  Of schuilen in de brasserie.  Waar je anders nooit kwam.  Maar nu, in de oktoberregen, ga je er binnen.  Voor een rode wijn.  En thuis, de eeuwige strijd.  Bij de kleine Parijse lekkages.  Waar komt het vandaan?  Wie moet het betalen?  Waar drupt de regen romantisch door het zink?

 

 

 

 

 

 

 

Soms tuurt een ober, hé waar blijven ze, die gasten?  Nog maar een keertje poetsen dan, die tap! Je moet toch wat.  Maar de oesters op hun ijs, en de vissen bij de poissonnier zijn koud en fris en vers, zelfs nu.  Ijs, zeewier en citroenen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De prijs voor het beste stokbrood is weer uitgereikt.  Een kleine bakkerij in de rue Damremont.  Iets verder in deze straat zit een kaaswinkel, die kreeg een paar jaar geleden ook een hoofdprijs.  Nu enkel nog een lekker glas Beaujolais erbij.  En plof maar ergens neer in een van de vele kroegjes hier.  Het 18e arrondissement heeft veel te bieden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Metro 13
 
Rommel, schud me er maar heen.  Naar Garibaldi. 
Je sist en rammelt, metro 13.  En je stinkt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Art-en-France © 2010  Overname van artikelen en afbeeldingen alleen na toestemming van Art-en-France •